Hop, een onderneming in de metaal- en staalbouwsector, leent een werknemer in via WS Detachering. Deze inleenwerknemer assisteert bij het ophangen van stalen constructiedelen aan de traversen van de poedercoatbaan en aanverwante taken.
Op 14 november 2018 is er een storing in een van de installaties in de bedrijfshal van Hop. De inleenwerknemer loopt door de hal om daar melding van te maken. Hij stapt daarbij op een stapel stalen balken, waardoor een balk kantelt en zijn voet bekneld raakt. Dit resulteert in een gebroken onderbeen. De Arbeidsinspectie doet onderzoek en legt een boete op. Het bezwaar van Hop hiertegen verklaart de Inspectie ongegrond.
Schending zorgplicht of bewuste roekeloosheid?
Op verzoek van de inleenwerknemer oordeelt de kantonrechter dat zowel Hop als WS Detachering hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van de werknemer. Beide bedrijven stappen vervolgens naar het hof.
WS Detachering als formele werkgever en Hop als materiële werkgever moeten nu aantonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Of dat de schade van de inleenwerknemer in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf (artikel 7:658 lid 2 juncto lid 4 BW). In alle andere gevallen zijn zij aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval.
Onvoldoende markering en instructies
Het staat vast dat er ten tijde van het ongeval geen geel gemarkeerde looproutes waren in het overgrote deel van de bedrijfshal. Ook was de laadruimte niet rood omlijnd. Er liep alleen een geel gemarkeerde looproute aan de zijkant van de bedrijfshal, parallel aan de buitenmuur, van het kantoor naar de in-/uitgang. Een markering ontbrak op het punt waarop de inleenwerknemer moest kiezen om langs of door de laadruimte te gaan. Ook al had Hop de werknemer geïnstrueerd om de geel gemarkeerde looproutes te volgen en de rood omlijnde vakken niet te betreden, dan had dit in deze situatie niet geholpen.
Hop verwijst vervolgens naar het veiligheidsprotocol en de bedrijfsinterne regeling. Daarnaast zijn er volgens Hop doorlopend toolboxmeetingen. De inleenwerknemer ontkent de documenten te hebben ontvangen en te hebben deelgenomen aan de toolboxmeetingen. Hop kan hiertegen geen bewijs aanleveren.
Het hof merkt daarnaast op dat er geen algemene instructie is dat medewerkers de laadruimte niet mogen betreden behalve voor het uitvoeren van werkzaamheden.
Dit alles leidt tot de conclusie dat Hop niet heeft voldaan aan diens zorgplicht.
Geen bewuste roekeloosheid inleenwerknemer
Dan volgt de vraag of er sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid van de inleenwerknemer. Dat is pas het geval als die zich daadwerkelijk bewust is geweest van het roekeloze karakter van zijn gedraging. Hop voert hiervoor geen concrete omstandigheden aan. Dat het onvoorzichtig was van de werknemer om op de opgestapelde balken te stappen, is onvoldoende om bewuste roekeloosheid aan te nemen.
Dit betekent dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat Hop en WS Detachering op grond van artikel 7:658 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die de inleenwerknemer heeft geleden door het arbeidsongeval van november 2018. Daarmee slaagt het hoger beroep van Hop en WS Detachering niet.
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12november 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6921












