Tijdens duikwerkzaamheden bij het stuwcomplex in de Rijn bij Driel wordt een van de duikers verrast door een krachtige zuiging als gevolg van een groot gat aan de onderkant van de stuw. Hij wordt daardoor tegen de stuwwand gezogen. Door de enorme kracht van het water, heeft hij geen mogelijkheid om te ontsnappen, waardoor de duiker overlijdt.
Uit onderzoek blijkt dat er die dag geen leidinggevende op de locatie was. Ook was er een andere duikploegleider aangesteld. Het openbaar ministerie vervolgt de twee (voormalig) directeuren en de duikploegleider wegens aanmerkelijk nalatigheid en niet naleven van de veiligheidsvoorschriften.
Taken nonchalant overgedragen
De rechtbank (en in hoger beroep het hof) is van oordeel, dat de (voormalig) operationeel leidinggevende zijn taak gebrekkig, slordig en nonchalant aan de duikploegleider heeft overgedragen. Die werd niet goed geïnformeerd over de te verrichten werkzaamheden en niet geïnformeerd over een bestaande lekkage.
Maar de duikploegleider had ondanks deze gebrekkige overdracht meer inlichtingen moeten inwinnen. Ook had hij voor aanvang van het duikwerk meer moeten doen om vast te stellen dat geen sprake was van een lekkage. Door dit na te laten wordt hem, net als de twee leidinggevenden en het duikbedrijf dood door schuld verweten.
Daarnaast hebben zowel de twee leidinggevenden, als het duikbedrijf opzettelijk in strijd met de Arbo-bepalingen gehandeld. De rechtbank heeft de indruk dat bij het duikbedrijf sprake was van een schijnveiligheid. Bepaalde veiligheidsvoorschriften waren vastgelegd omdat dit verplicht is, zonder dat werd beoogd die voorschriften na te leven om ongelukken te voorkomen. Hiermee heeft het duikbedrijf niet aan zijn zorgplicht voldaan.
Veiligheidsvoorschriften zorgen voor een veilige werkplek
De ernstige afloop maakt op pijnlijke wijze duidelijk dat deze voorschriften er niet voor niets zijn. De rechtbank hoopt met het vonnis bij te dragen aan de bewustwording dat veiligheidsvoorschriften er zijn om te zorgen voor een veilige werkplek. Het is duidelijk dat geen van de betrokkenen gewild heeft dat een duiker zou komen te overlijden. Maar hen kan wel een verwijt worden gemaakt.
Voorwaardelijke taakstraffen en boete
De 40-jarige duikploegleider krijgt daarom een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van 3 jaar. Hoewel hij geen goede overdracht van zijn leidinggevenden kreeg, mag worden verwacht dat hij als duikploegleider ook zelf verantwoordelijkheid nam. Het bedrijf krijgt een boete van 60.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Beide (ex)directeuren krijgen taakstraffen van 180 uur, waarvan 60 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Een 50-jarige uitvoerend projectleider van de opdrachtgever van het duikbedrijf wordt vrijgesproken, omdat niet is gebleken dat hij opdracht heeft gegeven voor de duikwerkzaamheden. Ook lag de eindbeslissing of het verantwoord was om te duiken bij het duikbedrijf.
Uitspraak in hoger beroep
Een van de (ex)-directeuren is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan bij het Hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat het bedrijf diverse veiligheidsvoorschriften niet heeft nageleefd. Daarmee heeft het bedrijf ook aanmerkelijk nalatig gehandeld en heeft het schuld aan de dood van de duiker.
Omdat hij destijds (mede) de feitelijke leiding over het bedrijf had, heeft het hof hem voor deze verwijten aan het bedrijf verantwoordelijk gehouden. Het hof veroordeelt de ex-directeur tot een taakstraf voor de duur van 140 uren, waarvan 70 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Wordt de taakstraf niet naar behoren verricht wordt die vervangen door 70 dagen hechtenis.
Bronnen: Rechtbank Zwolle, 26 augustus 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3341, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2356












