De CSDDD staat voor Corporate Sustainability Due Diligence Directive. De Nederlandse Europarlementariër Lara Wolters is de aanjager van, wat zij noemt, de anti-wegkijkwet. De richtlijn vereist van grote organisaties dat ze onderzoek doen naar mensenrechtenschendingen, milieuvervuiling en klimaatschade in hun ketens. De CSDDD, en daar komt de verzwaring ten opzichte van de CSRD, verplicht organisaties ook op om maatregelen te nemen om deze negatieve effecten te voorkomen en te herstellen.
Het financiële aspect
Een tweede punt waar de CSDDD verschilt ten opzichte van de CSRD is het financiële aspect. Dinand Jansen, risk & compliance consultant bij Projective Group, legt uit: “Finance is onder de CSRD druk bezig met het kwantificeren van duurzaamheidsrisico’s. De ESRS geeft een soort van formule, waarbij de materialiteit van de geïdentificeerde duurzaamheidsrisico’s moet worden geanalyseerd op basis van de kans dat deze risico’s zich voordoen en de potentiële financiële gevolgen voor de onderneming, evenals de potentiële omvang van deze financiële gevolgen. De CSDDD laat het financiële aspect buiten beschouwing. Het gaat enkel om de ernst en waarschijnlijkheid van negatieve effecten voor het milieu en de mens. En niet voor het bedrijf. De ernst van een geïdentificeerd negatief effect wordt bepaald aan de hand van de aard, de omvang en onomkeerbaarheid van het negatieve effect. Dat is een ander perspectief.”
Volgens Jansen zou het financiële aspect ook geen rol moeten spelen bij de beslissing om negatieve effecten op mens of milieu aan te pakken. “De financiële kosten of baten die een organisatie hieruit zou kunnen halen, zouden geen rol mogen spelen in de afweging om negatieve effecten te beperken of te herstellen. In het achterhoofd speelt dat wellicht wel een rol. De richtlijn stelt wel dat als er sprake is van veel schendingen van mensenrechten of negatieve effecten op het milieu, dat je ze als organisatie mag prioriteren op basis van ernst en waarschijnlijkheid. Hier moet rekening worden gehouden met factoren zoals het aantal getroffen personen, de milieuschade, de onomkeerbaarheid van het effect en de hersteltijd. Dat kun je als organisatie vervolgens wel enigszins inkleuren met de ernst van de financiële gevolgen.”
Voorbereiden
De CSDDD blijft vooralsnog grotendeels onder de radar. Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Pas vanaf 1 januari 2027 is de inwerkingtreding. Beginnend met ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers en een omzet van 1.500 miljoen euro. Dit behelst slechts 0,05 procent van alle Europese ondernemingen. Echter, de impact van deze richtlijn zit in de activiteitenketens van deze grote ondernemingen. Jansen: “De verplichtingen sijpelen naar beneden, tot aan de kleinere mkb-ondernemingen. Die ondernemingen zijn waarschijnlijk niet voorbereid op de informatie-uitvraag, terwijl ze zich daar wel op voor moeten bereiden. Die ondernemingen zijn niet in scope, maar willen toch in de keten van een betreffende organisatie zitten en blijven. Zij willen hun license to operate behouden en hun bedrijfsactiviteiten uitvoeren in overeenstemming met de verwachtingen van klanten en wet- en regelgeving. Daarom is het verstandig dat ketenpartners al kritisch kijken naar hun handelen en zich aanpassen waar nodig. Zodat je uiteindelijk niet verrast wordt door een grote onderneming die je uiteindelijk dwingt om te veranderen of je zelfs afstoot.”

Gemiste kans
Jansen raadt organisaties zowel groot als klein om aan te haken bij de standaarden en guidances die worden gepubliceerd onder de CSRD en ESRS. Vervolgens kun je uiteindelijk de vertaalslag maken naar de CSDDD. “De CSRD en CSDDD lopen qua doelstellingen en verplichtingen enigszins in dezelfde richtlijn. Echter, de CSRD kent een transparantieverplichting en de CSDDD een inspanningsverplichting. De meeste, zo niet alle, ondernemingen die onder de CSDDD komen te vallen, vallen ook onder de scope van de CSRD. Het is dus een gemiste kans om niet direct die vertaalslag te maken. Om naast het identificeren ook gelijk de negatieve effecten aan te pakken met passende maatregelen volgens de CSDDD.”
Handhaving
De CSDDD wordt zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk gehandhaafd. Lidstaten worden verplicht om een toezichthoudend orgaan op te richten om naleving van de CSDDD te controleren. Dit orgaan krijgt onder meer de bevoegdheid om onderzoeken in te stellen bij ondernemingen. Daarnaast is het bevoegd om geldboetes op te leggen aan organisaties die niet voldoen aan de vereisten. De maximumgrens voor geldboeten bedraagt ten minste vijf procent van de wereldwijde netto-omzet van de onderneming. Dus lidstaten moeten de maximum geldboete voor een schending van een CSDDD-bepaling, op ten minste vijf procent van de netto-omzet implementeren in nationale wetgeving. Maar deze grens mag dus óók hoger liggen. Daarnaast kunnen ondernemingen civielrechtelijk verplicht worden een schadevergoeding te betalen aan benadeelden als zij, opzettelijk of uit nalatigheid, hebben gefaald om aan de verplichtingen te voldoen. Benadeelden kunnen zich laten vertegenwoordigen door vakbonden en NGO’s.
Een bijeffect van verkeerd handelen, maar wat niet direct in geld is uit te drukken, is de kans op reputatieschade. Jansen: “Als je als onderneming negatief in het nieuws komt vanwege mensenrechtenschendingen of veroorzaakte milieuschade, dan blijft dat bij. Het is slecht voor je imago en dat wil je niet. Als finance zou je daar op kunnen inspelen door het verkrijgen van certificaten van je leveranciers of door het implementeren van aanvullende waarborgen. De richtlijn stelt echter ook, als er toch een schending plaatsvindt in de activiteitenketen, dan is het niet voldoende om te zeggen dat je bent aangesloten bij een branche-initiatief of dat je in het bezit bent van bepaalde certificaten. De CSDDD dwingt organisaties om daadwerkelijk maatregelen te nemen om mensenrechtenschendingen, milieuvervuiling en klimaatschade in hun ketens te voorkomen of aan te pakken. Het vereist daarmee dat je ketens doorgrondt en actie onderneemt.”















